De invulling van CO2-belasting kan vele kanten op gaan. Het kan er voor zorgen dat Nederland een koploper wordt in duurzaamheid maar het kan ook erg nadelige gevolgen hebben.

Tijdens een bijeenkomst met mensen uit het bedrijfsleven, lobbyorganisaties en de wetenschap is er gekeken wat de beste invulling zou zijn voor CO2-belasting. De meningen hierover verschilden. Een aantal partijen hadden het gevoel dat deze maatregel uit de lucht kwam vallen toen het werd gepresenteerd in samenwerking met Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB).  Dezen voorspelden dat de maatregelen van het huidige klimaatakkoord niet voldoende zullen zijn.

Het bleek dat vanuit een economisch perspectief er veel steun is voor het heffen van de CO2-belasting. Het zou dan gaan om een brede heffing verspreid over de gehele samenleving en niet alleen de industrie.

Voor de invoering van de CO2 belasting zijn globaal een paar opties. De eerste is een heffing per ton uitstoot. Een andere optie is een marginale heffing waarbij er eerst een plafond wordt vastgesteld waarbij er over alle productie boven het plafond heffing wordt gevraagd. Bij de laatste optie kan dit plafond worden bijgesteld om innovatie te stimuleren. Deze optie zal ook zorgen voor een emissiehandel. Binnen het nationaal gestelde plafond zullen de verschillende bedrijven onderling de uitstootrechten kunnen verdelen. Dit systeem is op Europees niveau al van kracht.

Momenteel heeft een systeem met een heffing per ton de voorkeur. Hiermee heeft de overheid meer mogelijkheden om een stabiel pad te creëren voor ondernemers, investeerders en het halen van de klimaatdoelen. Hierbij zijn nu vier verschillende scenario’s die verschillen in de tarifering en prijsontwikkeling. Alle opties heffen een gelijk tarief voor verschillende sectoren.

Er is nog veel discussie over de prijs van de heffing. Het enige wat zeker is, is dat er extreme maatregelen genomen zullen moeten worden om de CO2-uitstoot binnen de gestelde termijn te halveren. Uiteraard klinken er zorgen vanuit het bedrijfsleven. De angst heerst dat in een poging het klimaat te redden, het bedrijfsleven te veel wordt geschaad.

Men is bang om de kloof tussen arme en rijk te vergroten omdat lage inkomens relatief meer producten met een hogere CO2-uitstoot consumeren. Dit zou betekenen dat hun uitgavepatroon ook zou stijgen. Daarnaast is er een kans dat bedrijven met een zware uitstoot naar het buitenland vertrekken. Dit zou de Nederlandse economie kunnen schaden.

Nederland staat nu voor de keus om een leidende rol te nemen in het terugbrengen van CO2-uitstoot of af te wachten tot het misschien te laat is. Iedereen is het er over eens dat de eerste optie de betere optie is, maar hoe? Dat blijft nog even de vraag.